Home

den Veer tot Lexkenshuys

het veer vaart met mij mee
achter de vlakke uiterwaarden
aan de Nederrijn rust
de Wageningse berg
eenling in de lage landen
tweemaal torenhoog

niets of niemand wacht
aan gene zijde waar het anders is
maar ik kom nog terug
en trap met jonge benen
naar mijn vaders huis, aan
de zijde waar ik zijn mag

uit de vaart genomen
versleept naar oosterburen
wordt het veer geveild
keert weer terug, de Rijn af
en slijt zijn laatste dagen
bij de Kop van ’t Land

ik herken het oude veer
en laat mij weer varen
heen, over het brede water
van de Nieuwe Merwede
het is veertig jaren later
de andere oever nadert

op het graf van vader staat:
God is mijn overkant

(gepubliceerd in Langs brede rivieren, 2019 – Uitgeverij Rainbow en poëzie centrum Nederland)