Poëzie

Ze blijven dreigend voor de drempel staan
maar durven in mijn woorden niet te wonen:
de zwijnen die hun ziel niet zullen tonen
de kwijlers met hun grijze pakken aan.

Brulapen die maar steeds om aandacht vragen
angsthazen met hun holle dadendrang
verwaanden die het grote geld najagen.
Mijn drempel is te hoog voor storm en dwang.

Maar dan komt het bedeesd mijn woning in
verleidt me keer op keer tot een begin
het luistert, fluistert mij iets in, wordt stil.

Dan weet ik weer wat ik soms zeggen wil
het spreekt vanzelf terwijl wij beiden zwijgen
en even kan ik dan mijzelf ontstijgen.